uitwonend
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord /œytwonənt/Betekenis
- op een andere plaats dan de normale plaats wonend, extern wonend
- (van kinderen) niet in het ouderlijk huis wonend
- (van een grondeigenaar) niet op zijn grondgebied wonend, buiten de gemeente waar zijn grondgebied ligt wonend
- buiten het huis, de instelling waar men werkt, een opleiding geniet en dergelijke wonend
Hoe spreek je uitwonend uit?
/œytwonənt/
Uitwonend bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| ə | de |
bijvoeglijk naamwoord
- niet in het ouderlijk huis wonend
- niet op zijn grondgebied wonend, buiten de gemeente waar zijn grondgebied ligt wonend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitwonende | verbogen, stellende trap |
| uitwonends | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van uitwonen
Vervoeging van uitwonend
uitwonendhele werkwoord
Herkomst
afleiding van uitwonen met het achtervoegsel -d, dat het onvoltooid deelwoord vormt
Woordfamilie van uitwonend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitwonends | partitive, positive | uitwonend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitwonend zijn vastgelegd.