uittocht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het massaal verlaten van een bepaalde locatie of organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uittochten | meervoud |
| uittochtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uittochtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van uit en tocht
Woordfamilie van uittocht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uittochten | meervoud | uittocht |
| uittochtje | verkleinwoord | uittocht |
| uittochtjes | verkleinwoord meervoud | uittocht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uittocht zijn vastgelegd.