uitspreiden
werkwoordBetekenis
- iets over een groter oppervlak leggen
- door uitvouwen over een groter oppervlak leggen
Vervoeging van uitspreiden
uitspreidenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit bw en spreiden ww
Woordfamilie van uitspreiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spreid uit | woordvorm | uitspreiden |
| spreidde uit | woordvorm | uitspreiden |
| spreidden uit | woordvorm | uitspreiden |
| spreide uit | woordvorm | uitspreiden |
| spreiden uit | woordvorm | uitspreiden |
| spreidt uit | woordvorm | uitspreiden |
| uitgespreid | woordvorm | uitspreiden |
| uitspreid | with-subordinate-clause | uitspreiden |
| uitspreidde | with-subordinate-clause | uitspreiden |
| uitspreidden | with-subordinate-clause | uitspreiden |
| uitspreide | with-subordinate-clause | uitspreiden |
| uitspreidend | woordvorm | uitspreiden |
| uitspreidende | woordvorm | uitspreiden |
| uitspreidt | with-subordinate-clause | uitspreiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspreiden zijn vastgelegd.