uitschot
zelfstandig naamwoord ˈœytsxɔtBetekenis
- personen van laag allooi
- datgene wat afvalt bij een sortering naar kwaliteit, met name bij papierproductie
- het deel van de visvangst dat weer teruggeworpen wordt
- kosten betaald voor opgevraagde informatie
- de uitlaat van een poldermolen of gemaal
Hoe spreek je uitschot uit?
/ˈœytsxɔt/
Uitschot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitschotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitschotjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitschotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van uit en schot
Woordfamilie van uitschot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitschotje | verkleinwoord | uitschot |
| uitschotjes | verkleinwoord meervoud | uitschot |
| uitschotten | meervoud | uitschot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitschot zijn vastgelegd.