uitrit
zelfstandig naamwoord ˈœytrɪtBetekenis
- een plaats of opening waardoor of waarlangs men kan of moet uitrijden
Hoe spreek je uitrit uit?
/ˈœytrɪt/
Uitrit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitritjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitritten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van uit en rit
Woordfamilie van uitrit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitritje | verkleinwoord | uitrit |
| uitritjes | verkleinwoord meervoud | uitrit |
| uitritten | meervoud | uitrit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitrit zijn vastgelegd.