uitrazen
werkwoordBetekenis
- iemand al de woede die in hem of haar is laten uiten zodat op het einde iemand weer tot rust kan komen
Vervoeging van uitrazen
uitrazenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en razen
Woordfamilie van uitrazen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raas uit | woordvorm | uitrazen |
| raasde uit | woordvorm | uitrazen |
| raasden uit | woordvorm | uitrazen |
| raast uit | woordvorm | uitrazen |
| raze uit | woordvorm | uitrazen |
| razen uit | woordvorm | uitrazen |
| uitgeraasd | woordvorm | uitrazen |
| uitraas | with-subordinate-clause | uitrazen |
| uitraasde | with-subordinate-clause | uitrazen |
| uitraasden | with-subordinate-clause | uitrazen |
| uitraast | with-subordinate-clause | uitrazen |
| uitraze | with-subordinate-clause | uitrazen |
| uitrazend | woordvorm | uitrazen |
| uitrazende | woordvorm | uitrazen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitrazen zijn vastgelegd.