uitluiden
werkwoordBetekenis
- onder het luiden van klokken iets feestelijk doen eindigen / iets beëindigen in het algemeen
- klokken laten klinken bij een begrafenis
- afscheid nemen van het oude jaar
Vervoeging van uitluiden
uitluidenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit bw en luiden ww
Woordfamilie van uitluiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luid uit | woordvorm | uitluiden |
| luidde uit | woordvorm | uitluiden |
| luidden uit | woordvorm | uitluiden |
| luide uit | woordvorm | uitluiden |
| luiden uit | woordvorm | uitluiden |
| luidt uit | woordvorm | uitluiden |
| uitgeluid | woordvorm | uitluiden |
| uitgeluide | woordvorm | uitluiden |
| uitluid | with-subordinate-clause | uitluiden |
| uitluidde | with-subordinate-clause | uitluiden |
| uitluidden | with-subordinate-clause | uitluiden |
| uitluide | with-subordinate-clause | uitluiden |
| uitluidend | woordvorm | uitluiden |
| uitluidende | woordvorm | uitluiden |
| uitluidt | with-subordinate-clause | uitluiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitluiden zijn vastgelegd.