uitkeringsgerechtigde
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /œytˌkerɪŋsɣəˈrɛxtəɣdə/Betekenis
- iemand die recht heeft op een vergoeding vanwege een verzekering
- iemand die geld krijgt volgens wettelijke regels voor sociale zekerheid
Hoe spreek je uitkeringsgerechtigde uit?
/œytˌkerɪŋsxəˈrɛxtəxdə/
Uitkeringsgerechtigde bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| k | kat |
| e | veel |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| x | acht |
| ə | de |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van uitkeringsgerechtigd
Herkomst
uitkeringsgerechtigd met de uitgang -e, op te vatten als samenstelling van uitkering zn en gerechtigde zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van uitkeringsgerechtigde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitkeringsgerechtigden | meervoud | uitkeringsgerechtigde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitkeringsgerechtigde zijn vastgelegd.