uitkeringsgerechtigd
bijvoeglijk naamwoord /œytˌkerɪŋsɣəˈrɛxtəxt/Betekenis
- recht hebbend op een vergoeding vanwege een verzekering
- aanspraak hebbend op geld volgens wettelijke regels voor sociale zekerheid
Hoe spreek je uitkeringsgerechtigd uit?
/œytˌkerɪŋsxəˈrɛxtəxt/
Uitkeringsgerechtigd bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| k | kat |
| e | veel |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| x | acht |
| ə | de |
| ɛ | bed |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitkeringsgerechtigde | verbogen, stellende trap |
| uitkeringsgerechtigds | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van uitkering zn en gerechtigd bn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van uitkeringsgerechtigd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitkeringsgerechtigds | partitive, positive | uitkeringsgerechtigd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitkeringsgerechtigd zijn vastgelegd.