uitfloepen
werkwoordBetekenis
- plotseling uitgaan van een lamp
- plotseling en onverwacht ergens uitschieten
- plotseling zonder al te veel nadenken iets onzinnigs zeggen
Vervoeging van uitfloepen
uitfloepenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit bw en floepen ww
Woordfamilie van uitfloepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| floep uit | woordvorm | uitfloepen |
| floepe uit | woordvorm | uitfloepen |
| floepen uit | woordvorm | uitfloepen |
| floept uit | woordvorm | uitfloepen |
| floepte uit | woordvorm | uitfloepen |
| floepten uit | woordvorm | uitfloepen |
| uitfloep | with-subordinate-clause | uitfloepen |
| uitfloepe | with-subordinate-clause | uitfloepen |
| uitfloepend | woordvorm | uitfloepen |
| uitfloepende | woordvorm | uitfloepen |
| uitfloept | with-subordinate-clause | uitfloepen |
| uitfloepte | with-subordinate-clause | uitfloepen |
| uitfloepten | with-subordinate-clause | uitfloepen |
| uitgefloept | woordvorm | uitfloepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitfloepen zijn vastgelegd.