tweezitter
zelfstandig naamwoord ˈtwezɪtərBetekenis
- voertuig geschikt voor twee personen
Hoe spreek je tweezitter uit?
/ˈtwezɪtər/
Tweezitter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| e | veel |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweezitters | meervoud |
| tweezittertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweezittertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
leenvertaling van Engels twoseater, op te vatten als samenstellende afleiding van twee ht en zit ww met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van tweezitter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweezitters | meervoud | tweezitter |
| tweezittertje | verkleinwoord | tweezitter |
| tweezittertjes | verkleinwoord meervoud | tweezitter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweezitter zijn vastgelegd.