vierwielig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- uitgerust met vier wielen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vierwielige | verbogen, stellende trap |
| vierwieligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van vier en wiel met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van vierwielig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vierwielige | verbogen vorm | vierwielig |
| vierwieligs | partitive, positive | vierwielig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vierwielig zijn vastgelegd.