tweeverdiener
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de helft van een echtpaar of ander samenwonend stel, eventueel met kinderen, waarvan beiden een eigen inkomen verwerven via betaald werk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweeverdieners | meervoud |
| tweeverdienertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweeverdienertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van twee en verdiener
Woordfamilie van tweeverdiener
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweeverdieners | meervoud | tweeverdiener |
| tweeverdienertje | verkleinwoord | tweeverdiener |
| tweeverdienertjes | verkleinwoord meervoud | tweeverdiener |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweeverdiener zijn vastgelegd.