tweetallig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in twee stappen een volledige verandering doormakend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweetallige | verbogen, stellende trap |
| tweetalligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van twee en tal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van tweetallig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweetallige | verbogen vorm | tweetallig |
| tweetalligs | partitive, positive | tweetallig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweetallig zijn vastgelegd.