tweespan
zelfstandig naamwoordBetekenis
- twee paarden (of andere trekdieren) die samen een wagen trekken
- de wagen die door twee paarden (of andere trekdieren) getrokken wordt
- twee zaken of personen die onlosmakelijk bij elkaar horen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweespannen | meervoud |
| tweespannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweespannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van twee ht en span zn
Woordfamilie van tweespan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweespannen | meervoud | tweespan |
| tweespannetje | verkleinwoord | tweespan |
| tweespannetjes | verkleinwoord meervoud | tweespan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweespan zijn vastgelegd.