tweeluik
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schilderij of reliëf met twee panelen
- radio- of televisieprogramma, film, boek, artikel, muziekstuk enz. die of dat uit twee delen bestaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweeluiken | meervoud |
| tweeluikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweeluikjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘schilderij met twee panelen’ voor het eerst aangetroffen in 1904
Woordfamilie van tweeluik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweeluiken | meervoud | tweeluik |
| tweeluikje | verkleinwoord | tweeluik |
| tweeluikjes | verkleinwoord meervoud | tweeluik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweeluik zijn vastgelegd.