tweedeursauto
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een auto met twee deuren, een voor de bestuurder en een voor de passagier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweedeursauto's | meervoud |
| tweedeursautootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweedeursautootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van twee, deur en auto met het invoegsel -s-
Woordfamilie van tweedeursauto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweedeursauto's | meervoud | tweedeursauto |
| tweedeursautootje | verkleinwoord | tweedeursauto |
| tweedeursautootjes | verkleinwoord meervoud | tweedeursauto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweedeursauto zijn vastgelegd.