tweedekker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bus met twee verdiepingen
zelfstandig naamwoord — masculine
- vliegtuig met twee vleugels boven elkaar
- schip met twee dekken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweedekkers | meervoud |
| tweedekkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweedekkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vliegtuig’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Woordfamilie van tweedekker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweedekkers | meervoud | tweedekker |
| tweedekkertje | verkleinwoord | tweedekker |
| tweedekkertjes | verkleinwoord meervoud | tweedekker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweedekker zijn vastgelegd.