twee-onder-een-kapwoning
zelfstandig naamwoord ˌtwejɔndəreŋˈkɑpwonɪŋBetekenis
- twee aan elkaar gebouwde woningen die het dak gemeenschappelijk hebben maar verder vrij staan
Hoe spreek je twee-onder-een-kapwoning uit?
/ˌtwejɔndəreŋˈkɑpwonɪŋ/
Twee-onder-een-kapwoning bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| e | veel |
| j | ja |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| twee-onder-een-kapwoningen | meervoud |
| twee-onder-een-kapwoninkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| twee-onder-een-kapwoninkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van twee, onder, een, kap samengesteld met woning
Woordfamilie van twee-onder-een-kapwoning
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| twee-onder-een-kapwoningen | meervoud | twee-onder-een-kapwoning |
| twee-onder-een-kapwoninkje | verkleinwoord | twee-onder-een-kapwoning |
| twee-onder-een-kapwoninkjes | verkleinwoord meervoud | twee-onder-een-kapwoning |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van twee-onder-een-kapwoning zijn vastgelegd.