twaalf
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈtwalᵊfBetekenis
- '12', het getal tussen elf en dertien, tweemaal zes of driemaal vier
- dat wat in een (rang)ordening met 12 is aangeduid
- groep van 12 eenheden
- 2x6 of 3x4, in Arabische cijfers 12, in Romeinse cijfers XII.
Hoe spreek je twaalf uit?
/ˈtwaləf/
Twaalf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| a | maan |
| l | land |
| ə | de |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "12", het getal tussen elf en dertien, tweemaal zes of driemaal vier
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands twaelf van Oudnederlands twelf, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Woordfamilie van twaalf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| twaalfje | woordvorm | twaalf |
| twaalfjes | meervoud | twaalf |
| twaalven | feminine | twaalf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van twaalf zijn vastgelegd.