twaalftallig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in twaalf stuks voorkomend of uit twaalftallen bestaand
- talstelsel samengesteld uit de cijfers 0 t/m 9, A, B
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| twaalftallige | verbogen, stellende trap |
| twaalftalligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van twaalf en tal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van twaalftallig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| twaalftallige | verbogen vorm | twaalftallig |
| twaalftalligs | partitive, positive | twaalftallig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van twaalftallig zijn vastgelegd.