tunica
zelfstandig naamwoord ˈtyniˌkaBetekenis
- oud-Romeins onderkleed
- misgewaad van een subdiaken
Hoe spreek je tunica uit?
/ˈtyniˌka/
Tunica bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| y | fuut |
| n | nek |
| i | riet |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- membraan [1], omhullend vlies
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tunica's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gewaad’ voor het eerst aangetroffen in 1734
Woordfamilie van tunica
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tunica's | meervoud | tunica |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tunica zijn vastgelegd.