tuindag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dag dat men in de tuin werkt
- dag dat de tuin open is voor bezoekers
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuindagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tuin zn en dag zn
Woordfamilie van tuindag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuindagen | meervoud | tuindag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuindag zijn vastgelegd.