tuimelschakelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schakelaar met twee standen, die men doet werken door het omzetten van een hefboompje
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuimelschakelaars | meervoud |
| tuimelschakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tuimelschakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tuimel ww en schakelaar
Woordfamilie van tuimelschakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuimelschakelaars | meervoud | tuimelschakelaar |
| tuimelschakelaartje | verkleinwoord | tuimelschakelaar |
| tuimelschakelaartjes | verkleinwoord meervoud | tuimelschakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuimelschakelaar zijn vastgelegd.