tuchteloosheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het tuchteloos zijn
- rotzooi, wanorde, ordeloosheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuchteloosheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van tuchteloos met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van tuchteloosheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuchteloosheden | meervoud | tuchteloosheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuchteloosheid zijn vastgelegd.