tuchteling
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die als straf in een tuchthuis moet verblijven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuchtelingen | meervoud |
| tuchtelingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tuchtelingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van tucht met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
Woordfamilie van tuchteling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuchtelingen | meervoud | tuchteling |
| tuchtelingetje | verkleinwoord | tuchteling |
| tuchtelingetjes | verkleinwoord meervoud | tuchteling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuchteling zijn vastgelegd.