trouwkostuum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleding van de bruidegom, het trouwpak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trouwkostuumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trouwkostuumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| trouwkostuums | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trouwen ww en kostuum zn
Woordfamilie van trouwkostuum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trouwkostuumpje | verkleinwoord | trouwkostuum |
| trouwkostuumpjes | verkleinwoord meervoud | trouwkostuum |
| trouwkostuums | meervoud | trouwkostuum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trouwkostuum zijn vastgelegd.