troostprijs
zelfstandig naamwoord ˈtros(t)prɛisBetekenis
- een prijs die ter bemoediging wordt uitgereikt aan deelnemers van een wedstrijd die niet hebben gewonnen
Hoe spreek je troostprijs uit?
/ˈtrostprɛis/
Troostprijs bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| troostprijsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| troostprijsjes | verkleinwoord, meervoud |
| troostprijzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van troost en prijs
Woordfamilie van troostprijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| troostprijsje | verkleinwoord | troostprijs |
| troostprijsjes | verkleinwoord meervoud | troostprijs |
| troostprijzen | meervoud | troostprijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van troostprijs zijn vastgelegd.