troosteloosheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het troosteloos zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| troosteloosheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van troosteloos met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van troosteloosheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| troosteloosheden | meervoud | troosteloosheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van troosteloosheid zijn vastgelegd.