triumviraat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- politiek leiderschap dat uit drie gelijkwaardige personen bestaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| triumviraten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘driemanschap’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van triumviraat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| triumviraten | meervoud | triumviraat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van triumviraat zijn vastgelegd.