triplex
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈtriplɛksBetekenis
- compositieplaat betaande uit 3 laagjes gelijmd hout in verschillende vezelrichtingen
- bestaande uit of gemaakt van 'triplex'
Hoe spreek je triplex uit?
/ˈtriplɛks/
Triplex bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| i | riet |
| p | pak |
| l | land |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| triplexen | meervoud |
| triplexje | verkleinwoord, enkelvoud |
| triplexjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘hout in drie gelijmde lagen’ voor het eerst aangetroffen in 1918
Woordfamilie van triplex
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| triplexen | meervoud | triplex |
| triplexje | verkleinwoord | triplex |
| triplexjes | verkleinwoord meervoud | triplex |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van triplex zijn vastgelegd.