triller
zelfstandig naamwoord ˈtrɪlərBetekenis
- een snelle afwisseling van twee tonen, gewoonlijk over een kleine of grote secunde
Hoe spreek je triller uit?
/ˈtrɪlər/
Triller bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trillers | meervoud |
| trillertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trillertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘versiering in zang en muziek’ voor het eerst aangetroffen in 1754
Woordfamilie van triller
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trillertje | verkleinwoord | triller |
| trillertjes | verkleinwoord meervoud | triller |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van triller zijn vastgelegd.