trien
zelfstandig naamwoordBetekenis
- trut
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trienen | meervoud |
| trientje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trientjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘depreciërend voor een vrouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636
Woordfamilie van trien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trienen | meervoud | trien |
| trientje | verkleinwoord | trien |
| trientjes | verkleinwoord meervoud | trien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trien zijn vastgelegd.