trektocht
zelfstandig naamwoord ˈtrɛktɔxtBetekenis
- tocht, reis waarbij een wat langere afstand wordt afgelegd, meestal van minstens enkele dagen, zowel van mensen als van dieren gezegd
Hoe spreek je trektocht uit?
/ˈtrɛktɔxt/
Trektocht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trektochten | meervoud |
| trektochtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trektochtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van trek ww en tocht (bet. 2).
Woordfamilie van trektocht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trektochten | meervoud | trektocht |
| trektochtje | verkleinwoord | trektocht |
| trektochtjes | verkleinwoord meervoud | trektocht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trektocht zijn vastgelegd.