treinreiziger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die met de trein reist
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| treinreizigers | meervoud |
| treinreizigertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| treinreizigertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van trein en reiziger
Woordfamilie van treinreiziger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| treinreizigers | meervoud | treinreiziger |
| treinreizigertje | verkleinwoord | treinreiziger |
| treinreizigertjes | verkleinwoord meervoud | treinreiziger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van treinreiziger zijn vastgelegd.