trechter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- taps toelopende buis, gebruikt voor het vullen van vaten (ook )
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trechters | meervoud |
| trechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kegelvormig voorwerp met tuit’ voor het eerst aangetroffen in 1330
Woordfamilie van trechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trechters | meervoud | trechter |
| trechtertje | verkleinwoord | trechter |
| trechtertjes | verkleinwoord meervoud | trechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trechter zijn vastgelegd.