traploper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een lang vloerkleed dat over de traptreden ligt
- iemand die een trap beklimt
- ijzeren, spiraalvorming stuk speelgoed dat een trap kan aflopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| traplopers | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van traplopen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van traploper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| traplopers | meervoud | traploper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van traploper zijn vastgelegd.