transfusie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het inbrengen van bloed in het bloedvatenstelsel
zelfstandig naamwoord
- het inbrengen van bloed of daarvan afgeleide producten in het bloedvatenstelsel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transfusies | meervoud |
| transfusietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| transfusietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overbrenging van bloed’ voor het eerst aangetroffen in 1668
Woordfamilie van transfusie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transfusies | meervoud | transfusie |
| transfusietje | verkleinwoord | transfusie |
| transfusietjes | verkleinwoord meervoud | transfusie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transfusie zijn vastgelegd.