transactie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het betalen van een geldbedrag voor het verkrijgen van een product of dienst
- (strafrecht) afdoening van een strafbaar feit van de lichte soort op voorstel van het Openbaar Ministerie, meestal via een door de verdachte te betalen geldsom
zelfstandig naamwoord
- afdoening van een strafbaar feit van de lichte soort op voorstel van het Openbaar Ministerie, meestal via een door de verdachte te betalen geldsom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transacties | meervoud |
| transactietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| transactietjes | verkleinwoord, meervoud |
| transactiën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overeenkomst’ voor het eerst aangetroffen in 1483
Woordfamilie van transactie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transacties | meervoud | transactie |
| transactietje | verkleinwoord | transactie |
| transactietjes | verkleinwoord meervoud | transactie |
| transactiën | meervoud | transactie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transactie zijn vastgelegd.