traankanaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kanaal dat het traanvocht uit de traanzak naar de neusgang geleidt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| traankanaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| traankanaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| traankanalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van traan en kanaal
Woordfamilie van traankanaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| traankanaaltje | verkleinwoord | traankanaal |
| traankanaaltjes | verkleinwoord meervoud | traankanaal |
| traankanalen | meervoud | traankanaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van traankanaal zijn vastgelegd.