toverstok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- langwerpig voorwerp waarmee een tovenaar of goochelaar kan toveren,
zelfstandig naamwoord — masculine
- langwerpig voorwerp waarmee een tovenaar of goochelaar wordt verondersteld te kunnen toveren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toverstokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toverstokjes | verkleinwoord, meervoud |
| toverstokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tover ww en stok , voor het eerst aangetroffen in 1747, zie de vindplaats hieronder.
Woordfamilie van toverstok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toverstokje | verkleinwoord | toverstok |
| toverstokjes | verkleinwoord meervoud | toverstok |
| toverstokken | meervoud | toverstok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toverstok zijn vastgelegd.