touringcar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een luxe autobus om reizen of uitstappen mee te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| touringcarretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| touringcarretjes | verkleinwoord, meervoud |
| touringcars | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘autobus voor toeristische reizen’ voor het eerst aangetroffen in 1937
Woordfamilie van touringcar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| touringcarretje | verkleinwoord | touringcar |
| touringcarretjes | verkleinwoord meervoud | touringcar |
| touringcars | meervoud | touringcar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van touringcar zijn vastgelegd.