toto
zelfstandig naamwoord ˈtotoBetekenis
- gokspel waarbij men de uitslag van een aantal wedstrijden poogt te raden
- dit; onzijdig enkelvoud van tento
- de totale winst bij rensport
- gokkantoor voor rensport
- totalisátor
Hoe spreek je toto uit?
/ˈtoto/
Toto bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toto's | meervoud |
| totootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| totootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Duits Toto, in de betekenis van ‘systeem van wedden’ aangetroffen vanaf 1944
Woordfamilie van toto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toto's | meervoud | toto |
| totootje | verkleinwoord | toto |
| totootjes | verkleinwoord meervoud | toto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toto zijn vastgelegd.