totaliteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het totaal zijn, alles bij elkaar, het geheel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| totaliteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘alles bij elkaar’ voor het eerst aangetroffen in 1814
Woordfamilie van totaliteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| totaliteiten | meervoud | totaliteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van totaliteit zijn vastgelegd.