tors
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het bovenlichaam met borst, schouders en de rug
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van torsen
- gebiedende wijs van torsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van torsen
Vervoeging van tors
torshele werkwoord
Herkomst
verkorting van torso