tori
zelfstandig naamwoord ˈtoriBetekenis
- verslag van een beleefde of verzonnen gebeurtenis
- gepraat dat geen belangrijke informatie oplevert
- (uitspraakvariant van) torii, poort bij een Japanse tempel
- (mondeling overgeleverde) vertelling, geschiedenis, verhaal
- kwestie, geval
- verraden
Hoe spreek je tori uit?
/ˈtori/
Tori bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] tori | canonical |
| tori's | meervoud |
zelfstandig naamwoord
- torii, poort bij een Japanse tempel obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] tori | canonical |
| tori's | meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord torus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tori's | meervoud |
Woordfamilie van tori
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tori's | meervoud | tori |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tori zijn vastgelegd.