topper
zelfstandig naamwoord ˈtɔpərBetekenis
- succesnummer
- belangrijke wedstrijd
- uitblinker, topfiguur
- toppereend, (zwanen, ganzen en eenden)
- korte damesmantel
Hoe spreek je topper uit?
/ˈtɔpər/
Topper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Aythya marila toppereend, een vogel uit de familie van Anatidae (zwanen, ganzen en eenden)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toppers | meervoud |
| toppertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toppertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘korte damesmantel’ voor het eerst aangetroffen in 1948
Woordfamilie van topper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toppers | meervoud | topper |
| toppertje | verkleinwoord | topper |
| toppertjes | verkleinwoord meervoud | topper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van topper zijn vastgelegd.