tolboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hek dat de weg afsluit en pas opengaat als men de tol heeft betaald
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tolbomen | meervoud |
| tolboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tolboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tol zn en boom zn
Woordfamilie van tolboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tolbomen | meervoud | tolboom |
| tolboompje | verkleinwoord | tolboom |
| tolboompjes | verkleinwoord meervoud | tolboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tolboom zijn vastgelegd.