toevoer
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het pad waarlangs iets een bepaalde plek bereikt
- datgene wat toegevoerd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toevoeren
Vervoeging van toevoer
toevoerhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van toe en voer