toetsweek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een week dat er geen reguliere lessen zijn maar wel toetsen (proefwerken en examens)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toetsweken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van toets ww en week
Woordfamilie van toetsweek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toetsweken | meervoud | toetsweek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toetsweek zijn vastgelegd.